Van doosjes chocolade tot een
koffiebar in Dikkelvenne
Wie regelmatig door de Nijverheidsstraat rijdt, heeft het zien gebeuren. Waar vroeger Vespa’s stonden, vind je vandaag de koffiebar en conceptstore Ooja. Een plek voor een heerlijke cappuccino, versgebrande koffiebonen en originele cadeautjes. Maar hoe belanden twee ondernemers met een verleden in de retailwereld in een voormalige Vespagarage in Dikkelvenne?
Buurman Marnix ging op de koffie bij Annelies Verrycken, die samen met haar partner Tom achter Ooja zit. Het werd een gesprek over chocolade, toevallige wendingen, grote plannen die klein mochten blijven en de liefde voor ons dorp.
Interview: buurman Marnix · voor Uit Goede Bron
Van Houtvenne naar Dikkelvenne
Marnix: Annelies, voor we het over de koffie hebben: hoe ben jij eigenlijk in Dikkelvenne terechtgekomen?
Annelies: "Ik ben opgegroeid in Houtvenne, bij Aarschot. Mijn vader beweert dat er in Vlaanderen maar twee dorpen zijn die op ‘venne’ eindigen: Houtvenne en Dikkelvenne. Of dat klopt, moeten we nog eens uitzoeken, maar het is toch een mooie toevalligheid!"
"Ik leerde Tom kennen in Mechelen. Hij had al twee kinderen en woonde in Dikkelvenne. Een hele tijd leefden we afwisselend een week in Mechelen en een week hier. Toen onze dochter Renée geboren werd, werd dat steeds moeilijker. Uiteindelijk zijn we definitief naar Dikkelvenne verhuisd."
En toen kwam de koffie?
"Nee, eerst kwam de chocolade! Tom had vroeger Cook & Serve, een keten van winkels met kook- en tafelartikelen. Daar verkochten we onder andere chocoladesticks om warme chocolademelk te maken. Maar die kwamen uit Frankrijk en bevatten veel suiker. Ik dacht: dat moet toch beter kunnen?"
"Ik ben zelf beginnen zoeken naar goede Belgische chocolade, een eigen recept en een leuke verpakking. Uiteindelijk ontwikkelden we een eigen product. Op een beurs werden we opgepikt door Dille & Kamille, die meteen 10.000 doosjes bestelden."
Tienduizend doosjes?
"Ja! En die hebben we met het gezin allemaal zelf gevuld. Wekenlang zaten we met vijf aan de keukentafel chocoladesticks in doosjes te steken. Dat was echt bandwerk!" (lacht)
Een koffiebranderij die eigenlijk een bureau moest worden.
Hoe maak je dan de sprong van chocolade naar koffie?
"Onze chocolade verkocht vooral in de winter. We zochten iets dat we het hele jaar konden aanbieden. Koffie leek ons een mooie aanvulling. Alleen: we kenden er eigenlijk niets van!"
"We begonnen te lezen, opleidingen te volgen en te experimenteren met een klein koffiebrandertje in onze eigen keuken (foto). En toen kwam corona. Plots hadden we veel tijd om ons echt in die wereld te verdiepen."
"Ik had ondertussen plannen om thuis een bureau te bouwen. Ik geef namelijk ook halftijds les aan de Arteveldehogeschool in Gent. Maar dat bureau is er nooit gekomen. In de plaats kwam er een koffiebranderij!"
En zo begonnen jullie koffie te verkopen?
"Ja, heel eenvoudig eigenlijk. We hadden een kleine brander gekocht met de opbrengst van onze chocoladeverkoop. Tijdens corona besloten we om op zaterdagvoormiddag koffie te verkopen aan de buren. Gewoon bij ons thuis, in de Bronnenweelde."
"Via mond-tot-mondreclame kwamen er steeds meer mensen. We ontdekten dat er hier echt belangstelling was voor versgebrande koffie. En vooral: we vonden dat contact met de klanten geweldig leuk."
Een stukje stad in Dikkelvenne
En dan kwam de voormalige Vespagarage vrij. Was dat geen gewaagde beslissing?
"Toch wel. Maar we woonden vlakbij en zagen dat mensen zelfs tot bij ons thuis kwamen voor koffie. Dus dachten we: waarom proberen we het niet?"
"Ik had altijd al een zwak voor koffiebars. Toen ik jong was, ging ik graag met vriendinnen op citytrip. Ik herinner me nog een koffiebar in Amsterdam, gecombineerd met een boekenwinkel. We zeiden toen al lachend: zouden we later niet zoiets beginnen?"
"Toen ik van Mechelen naar Dikkelvenne verhuisde, moest ik wennen aan het feit dat je niet zomaar even te voet een cappuccino kon gaan drinken. In een stad heb je dat overal. Dus dachten we: waarom brengen we niet een beetje van die sfeer naar Dikkelvenne?"
Maar Ooja is veel meer geworden dan een koffiebar.
"Dat klopt. Tom heeft enorm veel ervaring in retail en aankopen. Hij heeft echt gevoel voor bijzondere producten, originele geschenken en de inrichting van een winkel. Ik hou me dan weer bezig met de koffie, communicatie, website en webshop."
"We vullen elkaar heel goed aan. Wat hij graag doet, kan ik niet zo goed, en omgekeerd. Dat is volgens mij een van de redenen waarom het werkt."
Elke dinsdag ruikt Dikkelvenne naar koffie
Jullie branden de koffie zelf. Hoeveel gaat er hier eigenlijk door de brander?
"Momenteel ongeveer 200 kilo per week. We branden elke dinsdag. We zijn begonnen met drie of vier koffiesoorten en ondertussen hebben we er dertien."
"Eigenlijk wilden we voortdurend wisselen van soorten. Maar dat werkt niet zo. Mensen ontdekken hun favoriete koffie en willen die blijven drinken. Dus zorgen we voor een mooi assortiment, met verschillende smaken en koffies uit verschillende werelddelen."
En toch blijven jullie nieuwe dingen proberen?
"Absoluut. We gaan nog altijd naar vakbeurzen, ook in het buitenland, om nieuwe producten en ideeën te ontdekken. En doordat ik lesgeef aan jonge mensen, blijf ik ook een beetje mee met wat er leeft. Matcha bijvoorbeeld. Daar zijn jongeren helemaal gek op. Dus dat moet je ook durven aanbieden."
"Ik zeg altijd tegen mijn studenten: je hoeft het warm water niet uit te vinden. Kijk wat er al bestaat en probeer het een beetje beter of anders te doen. Ik ga het warm water niet uitvinden, maar misschien wel wat warmer maken." (lacht)
Groter worden? Liever niet!
Jullie zaak draait goed. Kriebelt het dan niet om uit te breiden of ergens anders een tweede ooja te openen?
"Nee, eigenlijk niet. We hebben ooit acht winkels gehad met Cook & Serve. Dan ben je vooral bezig met personeel, organisatie en problemen oplossen. Je staat zelf niet meer in je winkel. Dat wilden we niet opnieuw."
"Tom zei na die periode vaak dat hij zijn winkeltje in Brugge miste. Niet die hele keten, maar gewoon zelf de deur openen, de stoep vegen en de klanten ontvangen."
"Dat hebben we nu teruggevonden. We staan zelf in onze zaak, kennen veel klanten en doen wat we graag doen. Waarom zouden we dat veranderen?"
"Er is zeker nog ruimte om te groeien, bijvoorbeeld door onze koffie aan meer bedrijven te leveren. Maar een hele keten van ooja-winkels? Nee, bedankt. We willen vooral blijven vernieuwen in wat we aanbieden."
En wat met Dikkelvenne?
Voelen jullie je ondertussen echte Dikkelvennenaren?
"Absoluut. We willen hier blijven. Het is net fijn dat je in een dorp zo’n zaak kunt uitbouwen. Mensen leren elkaar kennen, komen terug en maken een praatje. Dat persoonlijke contact is voor ons heel belangrijk."
"Ik vind het ook mooi wat er in het dorp allemaal ontstaat. Mensen die samen iets organiseren, nieuwe initiatieven nemen en elkaar versterken. Dat geeft energie."
"Zelf denk ik ook graag mee over nieuwe ideeën. Een wereldkampioenschap koffiezaklopen bijvoorbeeld!" (lacht) "Waarom niet? Je moet soms gewoon iets geks durven proberen."
Als je één ding geleerd hebt uit het hele verhaal van Ooja, wat zou dat dan zijn?
"Dat je niet altijd groter moet willen worden. We hebben heel bewust klein en voorzichtig opgebouwd. Eerst waren we maar twee dagen open en combineerden we de winkel met onze andere jobs. Pas toen we zagen dat het werkte, hebben we verdere stappen gezet."
"Nu hebben we iets waar we allebei graag onze schouders onder zetten. We kunnen creatief zijn, blijven nieuwe dingen ontdekken en hebben elke dag contact met onze klanten."
"Dat is toch fantastisch? Je moet ook kunnen koesteren wat je hebt."